Deel 9: derde Edele Waarheid

De derde waarheid stelt vast dat het lijden beëindigd kan worden.

“ Dit, monniken, is de edele waarheid van de opheffing van het lijden: het volledig     verdwijnen en ophouden van deze begeerte, het opgeven, het afwerpen, de bevrijding en  het loslaten ervan”.

Dit is - in het medische model - het aangeven van de mogelijkheid van genezing. Het is een positieve uitspraak, een heilsboodschap: Het lijden kan opgeheven worden. Verlossing is mogelijk. De Boeddha onderscheidt zich in dit opzicht van vele andere denkers die ook doordrongen waren van de leedvolheid van het bestaan. Sartre bijvoorbeeld benoemde deze ervaring in zijn gelijknamige boek als “walging”. Dit gevoel overweldigt de hoofdpersoon in het gelijknamige boek bij de onmiddellijke ervaring van de wereld, die geen noodzaak heeft, die eenvoudig een “er zijn”  is. Maar zelfs de opkomende gedachte aan euthanasie om aan deze afschuwelijkheid te ontkomen, wordt als een “te veel”  ervaren. Deze door Sartre beschreven absurditeit van het bestaan is nauw gerelateerd aan het onbevredigend en leed vol zijn van de dingen, zoals Boeddha dit verkondigt heeft.

                “Volkomen kernloos is de wereld,

                  alle streken zijn in beroering.

                  Ik wenste een woonstee voor mezelf,

                  maar ik zag er geen onbewoond.”

De ervaring van de naaktheid van de wereld wordt door Sartre angstaanjagend genoemd. Hij ziet de mens als gedoemd tot deze angst: er is geen bevrijding mogelijk. Maar de Boeddha wordt beschreven als iemand die de angst voorbij is. Hij heeft angst en vrees opgegeven als een leeuw. Wie de vreugde van de Dharma smaakt, wordt vrij van angst voor het bestaan.

En waardoor wordt bevrijding bereikt? Het lijden, de ontoereikendheid van het bestaan, wordt opgegeven door het beëindigen van de begeerte, zo stelt de Boeddha met zijn derde waarheid. Het geschiedt ook door het uitbannen van onwetendheid, zo blijkt uit andere passages in de Canon, waar in hij het proces van zijn ontwaken beschrijft: “Onwetendheid werd vernietigd, weten verrees, duisternis werd vernietigd en licht ontstond”.

Maar wat is onwetendheid?

“Het niet-weten met betrekking tot lijden, het niet-weten met betrekking tot de      oorsprong van het lijden, het niet-weten met betrekking tot het ophouden van het lijden, het niet-weten met betrekking tot de weg die leidt tot het ophouden van het lijden – dat wordt onwetendheid genoemd.”

Dat wil dus zeggen: het niet kennen van de vier edele waarheden is onwetendheid. “Kennen” is hier echter niet een louter intellectueel proces, maar omvat een existentieel realiseren. Degene die tot deze staat van realisatie is doordrongen, wordt “uitgedoofd” (nibbuta) genoemd: hij heeft het nirvana bereikt. We hoeven ons hier geen verheven, mystieke voorstelling van te maken of een gevoelloze transtoestand te denken, want de “uitgedoofde” is een heel gewoon, volledig bewust mens, die zich alleen(!) hierin onderscheidt dat de mentale vergiften (ãsava) bij hem of haar vernietigd zijn. Bij de altijd wakkeren van geest verdwijnen de mentale vergiften. De mentale vergiften bestaan, zoals we in het voorgaande reeds zagen, uitzinnelijke begeerte, verlangen naar wedergeboorte (bestaan) en onwetendheid.

 

“Door het opkomen van de mentale vergiften is er het opkomen van onwetendheid; door het ophouden van de mentale vergiften is er het ophouden van onwetendheid”.

Volgende
Volgende

Deel 8: Tweede Edele Waarheid