Deel 8: Tweede Edele Waarheid

De tweede waarheid geeft in het medische model wat de Boeddha gebruikt, de oorzaak aan van de leedvolle, onbevredigde toestand waarin wij leven.

“Dit monniken, is de edele waarheid van de oorsprong van het lijden: het is de wedergeboorte teweegbrengende, met vreugde en hartstocht verbonden begeerte

(Tanhã), die in deze en gene zaken behagen schept, namelijk: de begeerte naar lust, de begeerte naar bestaan, de begeerte naar niet bestaan”.

Het is dus Tanhã (begeerte, letterlijk:dorst) die de wezens voortstuwt in de keten van wedergeboortes.

“Bij wie de dorst naar bestaan afgesneden is,
wiens geest vredig geworden is,
hij zal de keten der geboorten ontstijgen
voor hem is er geen wedergeboorte meer. (Snip 746)

In de Atthasãlini wordt gezegd: “De begeerte geldt als “naaister” in de zin van

“aaneenvoegster”; want de begeerte naait of hecht door dood en wedergeboorte de wezens in de voortgang door het bestaan aan elkaar5, zoals een kleermaker de ene lap stof aan de andere.

Er wordt in de teksten drie soorten van begeerte onderscheiden: de begeerte naar genoegens, naar bestaan en naar niet-bestaan (ophouden met bestaan).

De begeerte naar genoegens omvat naast de seksuele begeerte ook het verlangen naar allerlei aantrekkelijke objecten van de zintuigen. Ook de daarbij behorende gevoelens en voorstellingen zijn objecten van begeerte. Ofschoon de verlangens naar genoegens vaak bevredigd zullen worden, dragen zij toch de kiem van lijden in zich, omdat de begeerde objecten ooit verloren zullen gaan en zo tot verdriet aanleiding geven.

De begeerte naar bestaan betekent het verlangen naar steeds nieuwe bestaanswijzen, in de wereld, in de hemelse wereld of in een lagere bestaansvorm. Deze vorm van begeerte kluistert de mens dus aan de voortgang door het bestaan die juist overwonnen moet worden.

Onder de begeerte naar niet-bestaan wordt het verlangen naar de dood verstaan. Als men naar niet-bestaan moet verlangen, ligt het dan niet voor de hand om zelfmoord te plegen?

Het lijkt een logische en simpele oplossing voor het probleem van het leed van het bestaan.

Een aantal monniken heeft ooit deze conclusie getrokken na een toespraak van de Boeddha over het afstotelijke van het menselijke lichaam. De Boeddha liet onmiddellijk de monniken bijeenkomen en beval hun de meditatie op de ademhaling aan. Er bestaat zelfs een merkwaardig verhaal over een “onecht asceet”, genaamd Migalandika, die monniken die zichzelf wilden doden, op verzoek de kop afhakte!

Zelfmoord druist echter, in vrijwel alle omstandigheden, in tegen de leer. Aan zelfmoord ligt de begeerte te grondslag, namelijk de begeerte naar vernietiging van de eigen persoon, dus van een levend wezen, het geen op zichzelf al een overtreding van de morele gedragsregels (sila) is.

Begeerte kan nooit tot een bevrijding van begeerte leiden. Absolute begeerteloosheid alleen tot Nirvana. Een tweede argument is dat geboorte als menselijk wezen een unicum is, een unieke gelegenheid om tot bevrijding te komen. Alleen de mens heeft de gelegenheid om betrekkelijk snel dit doel te bereiken. Door zelfmoord vergaat men weer nieuw karma en duurt het aanmerkelijk langer om Nirvana te realiseren. Toch zijn er drie gevallen in de Canon bekend, waarbij de Boeddha de zelfmoord van een monnik billijkte. Het ging om de monniken Godhika, Vakkali en Channa. In alle gevallen leed de betreffende ondraaglijke

pijnen door ziekte. Over al deze gevallen verklaarde de Boeddha dat zij de verlossing op het moment van de dood verkregen hadden en niet meer wedergeboren zouden worden.

moment van de dood verkregen hadden en niet meer wedergeboren zouden worden.

Naast begeerte(Tanhã) neemt ook onwetendheid (avijjã) een belangrijke plaats in als oorzaak van het lijden.

“Alles wat aan lijden ontstaat, dat komt voort uit onwetendheid…Maar door het volledig laten ophouden en uitbannen van onwetendheid ontstaat er geen lijden meer (Snip141).

“Deze onwetendheid ie een grote verwarring,
waardoor deze keten lange tijd voortgaat.
De wezens echter die tot weten zijn gekomen,
Komen niet meer tot hernieuwd bestaan(Snip730)”.

In de “keten van voorwaardelijk ontstaan” (paticcasamuppãda) staat zij aan het begin van een reeks factoren die het lijden in deze wereld stand houden. Door onwetendheid blijft de mens gebonden aan het cyclische bestaan. Onwetendheid wordt dan opgevat als synoniem aan verwarring (Moha) en is daarmee, naast begeerte (lobha) en haat (dosa) een van de drie wortelfactoren die ons gekluisterd houden aan de keten van wedergeboorten. Zij wordt zelfs beschouwd als de basis van alle begeerte en haat.

Beste cursisten deze curses bestaat, zoals je weet, niet alleen uit het bestuderen (contempleren) van deze teksten, hoewel ze je veel duidelijk kunnen maken. Weten doe je pas, als je naast het begrijpen (rationeel) van deze woorden, ook ervaart. Dit doe je vooral door te mediteren, ook als je het druk hebt of als je het moeilijk vind.

Veel succes gewenst,

Bert Jonkers

Zie ook; de Breet en jansen.

Vorige
Vorige

Deel 9: derde Edele Waarheid

Volgende
Volgende

Deel 7: De vier edele waarheden. - Eerste waareid.