Wie zijn wij
Bert Jonkers
1946
Al heel veel jaren (ongeveer 20) organiseren wij retraites in Portugal. De retraites varieerden van stilte retraites tot actieve landschaps- en meditatiegroepen. Ook besteden we veel aandacht aan Kunst. Deze kunst is een afspiegeling van wat wij voelen en is zeker niet conceptioneel. We maakten gebruik van campings en hotels om te verblijven. In deze tijd ontstond de behoefte om een vaste werk- en zijnsplek in Portugal te hebben. Van hieruit werd het idee geboren om in Portugal te gaan werken en wonen.
We kochten een terrein van ongeveer 1 hectare met hierop twee ruïnes en 119 olijvenbomen. Waar we verzot op waren, waren de twee grote vijgenbomen met hun heerlijke vruchten, waar we samen met de spreeuwen heerlijk van aten.
Kort voordat we definitief naar Portugal zouden gaan verhuizen (2017), werd ons erf getroffen door een enorme brand (nationale ramp). Alle bomen, behalve de vijgenbomen, verbranden. Het erf was compleet zwart! We besloten niet om naar een andere plek te zoeken, maar om deze plek, waar we al zo verliefd op waren en waar we zoveel voetstappen en werk hadden verricht, te renoveren. We beseften ons dat we een aantal jaren heel hard zouden moeten werken. Nu alles klaar is zijn we heel blij met dit besluit om op te bouwen. We hebben nu een terrein zoals we willen. We hebben honderden nieuwe bomen gepland, waaronder heel veel fruitbomen: appel, peren, abrikozen, walnoten, amandelen, te veel om op te noemen.
Deze bomen zijn inmiddels zover dat we hier heerlijk van kunnen eten en een grote wintervoorraad van kunnen aanleggen. Ze beginnen steeds meer schaduw te geven waaronder het in de zomer heerlijk vertoeven is.
Naast onze waterbron hebben we een extra grondwaterpomp laten aanleggen, zodat we het terrein en de groentetuin in de zomer nat kunnen houden. Het water dat we oppompen is schoner dan we ooit kunnen krijgen en heerlijk om te drinken. We hebben compost-wallen aangelegd, waar de bomen veel vocht aan onttrekken. Ook hebben we houtwallen aangelegd waar talloze dieren onder kunnen schuilen. Vanwege alle vruchten vertoeven heel veel verschillende soorten vogels op ons erf. Het is alsof we in een volière leven.
We hebben kleine huisjes gebouwd waarin onze gasten korte (minimaal 1 week) of voor langere tijd kunnen verblijven. Er is een buitenkeuken en een gezamenlijk ‘badhuis’ gebouwd, een meditatieruimte en een galerie opgericht.
Ons terrein ligt op een berghelling in de Serra Estrela en is goed bereikbaar. De rust en stilte worden hier nauwelijks verstoord. Het zijn vooral de geluiden van de vogels die we horen, samen met het zoemen van vele insecten en talloze bijensoorten, die de stilte benadrukken. Tijdens deze periode waarin we hard gewerkt hebben, vooral Egbert die samen met ons is geëmigreerd, hebben we een boeddhistische leefwijze overgebracht en vervolmaakt, met veel eerbied voor de natuur en de grote wereld om ons heen. Ook hebben we tijdens deze renovatieperiode een sangha in Nederland ondersteund en hebben steeds enkele gasten ontvangen.
Nu deze renovatie- en opbouwwerkzaamheden min of meer achter de rug zijn, willen we ons centrum—weliswaar beperkt—beschikbaar stellen voor een breder publiek: kunstenaars, mensen die rust en stilte willen ervaren of dringend nodig hebben, boeddhistische beoefenaars of mensen die heel voorzichtig willen oriënteren t.a.v. meditatie/Dharma, of anderzijds willen bezinnen/reflecteren op hun leven. Dit betekent niet dat je boeddhistisch beoefenaar moet zijn. De methoden in het boeddhisme zijn universeel en voor iedereen toegankelijk en zinvol. We zien dit als een individuele zaak en je beslist zelf of je, na voldoende ervaring opgedaan te hebben, toevlucht wilt nemen.
Niet alleen de vogels, andere dieren en planten vinden op ons terrein een veilige plek, maar ook jij kunt bij ons je veilig, beschermd en geaccepteerd voelen.
Je bent in alle jaargetijden welkom.
Ik ben in mijn vroegere jaren opgeleid als sportleidster, en hierna vier jaren werkzaam geweest als welzijnswerkster in verschillende gemeenten in Oost-Groningen. Aan het einde van deze periode ben ik, vanwege allerlei psychosociale problemen, in psychotherapie gegaan. Maar al gauw bleek de therapie van de psycholoog niet bij mij aan te sluiten. Ik zocht geen “oplossingen”, maar bewustzijnsverruiming of zelfkennis.
Hierna ben ik in Gestalt-therapie en lichaamswerk (Bio-energetica) gegaan. Deze humanistische therapieën waren in die tijd sterk in opkomst, en ik had hier erg veel baat bij. Ik leerde mezelf kennen en kwam tot de conclusie dat het welzijnswerk niet bij mij paste; ik besloot om zelf therapeut te worden.
De opleidingen die ik hiervoor nodig had, deed ik bij het C.G.L. (Centrum voor Gestalt-therapie en Lichaamswerk). Ik werd voornamelijk opgeleid door Bert Jonkers. Bert was toen al een praktiserend boeddhistisch beoefenaar, en hierdoor kwam ik ook in contact met de beoefening. Bert was in die tijd vooral beïnvloed door Von Dürkheim (Rutte Duitsland) en Chögyan Trungpa. Door deze beoefening mediteerde ik en nam deel aan de, voor mij zeer inspirerende, Landschap- en Meditatiegroepen.
Later, analoog aan de ontwikkeling van Bert, maakte ik kennis met de Jungiaanse analytische psychologie. Vooral de boeken van V. Kast, Von Franz, Een jonge maan door J. van Tooren en De Waterwil (senryũ) en nog vele anderen. waren voor mij de aanleiding te gaan werken met sprookjes, vooral de sprookjes van de Gebroeders Grimm, volkssprookjes uit andere culturen en het boek van Jo. Ik ontdekte hierdoor mijn eigen talent om sprookjes te schrijven, evenals Haiku’s en Senryu’s. Dit mondde uit in het volgen van de Opleiding Transpersoonlijke therapie, om zowel mezelf als mijn cliënten in contact te brengen met zelfoverstijgende, of het ego overstijgende, inzichten en ervaringen.
Ik werkte in deze jaren bij het C.G.L. Naast deze opleidingen en werkzaamheden werd, door de invloed van inmiddels mijn man Bert, de boeddhistische beoefening steeds belangrijker. De Landschap- en Meditatiegroepen werden een steeds grotere inspiratiebron. In groepen leerde ik mijn verbeelding te gebruiken en dit op te schrijven in de vorm van sprookjes en verhalen. Ook leerde ik de techniek van haiku schrijven, en in meditatie schreef ik er honderden.
Mijn behoefte aan de stilte van het landschap werd steeds groter, en ik verbouwde, isoleerde, mijn Citroën Berlingo. Met deze kleine bestelauto maakte ik gedurende jaren, meestal in februari en maart, meditatietochten in Zweeds Lapland. Deze tochten duurden vier à zes weken. Ik mediteerde in de stilte van het wit besneeuwde landschap. Het was zo stil en vredig dat ik de sneeuwvlokjes kon horen vallen.
Tijdens deze tochten ontmoette ik bijzondere mensen. Mensen die, net als ik, voor de stilte kozen. De gesprekken die we voerden, waren zodanig dat we het juiste, op het juiste moment, tegen elkaar zeiden. Door in het hier en nu te zijn, versmolt ik met het stille landschap. De grens tussen binnen en buiten verdween; ik werd één met het lichte, heldere sneeuwlandschap.
Sommige tochten deed ik samen met een aantal deelnemers uit Nederland. Ik leidde ze naar de stilte en ervoer ook met deze groepen de kracht van het landschap. Ik ben doorgegaan met deze tochten tot en met 2016.
In plaats van naar het Noorden te reizen, reisde ik naar het Zuiden, Portugal. Met name in het berggebied van de Serra Estrela ervoer en ervaar ik de stilte, de vrede en de schoonheid, en versmolt hiermee. Ook in Portugal organiseerden we Landschap- en Meditatiegroepen. We kochten in de buurt van ons werkgebied een terrein van ongeveer één hectare, met twee ruïnes, die we tot woonhuizen verbouwden. Maar in 2017 trof ons een grote bosbrand. Heel wonderbaarlijk verbrandde alles, behalve de meditatieruimte; ook onze huizen bleven, op enige beschadiging na, bespaard.
We hebben nu een grote groentetuin, waar ik veel tijd aan besteed. Vooral het oogsten en inmaken, het hele jaar door, van de groenten, noten en vruchten stellen ons in staat om zelfvoorzienend te leven.
Egbert Jonkers
1990
Ik heb de nagalm van de 2de wereldoorlog meegemaakt. Ik heb meegemaakt dat Rusland, net als nu, de grote dreigende vijand was (koude oorlog) Maar vooral heb ik de jaren 1960,-70 en -80 meegemaakt. Ik heb meegemaakt dat de koude oorlog naar de achtergrond is geraakt en dat de Berlijnse Muur is afgebroken.
Vooral in mijn studententijd en een aantal jaren erna heb ik volop meegedaan aan allerlei vernieuwing -bewegingen, variërend van Dolle Mina, de Pacifistische Socialistische Partij. Ik was volop bezig, samen met anderen, met biologisch dynamisch tuinieren (terug naar de natuur). In deze jaren heb ik mij ontwikkeld tot beeldend kunstenaar. Vooral in de jaren 70 maakte ik kennis met persoonlijke groei en na deelgenomen te hebben aan allerlei groepen, Gestalttherapie, (Jung) Lichaamswerk methoden (o.a.) bio-energetica), ben ik opgeleid tot transpersoonlijk therapeut.
Vooral in deze periode maakte ik kennis met de boeddhistische beoefening. En in de jaren daarna tot nu toe ben ik ontwikkeld tot Boeddhistisch leermeester.
Het belangrijkste van dit alles is, dat ik in een omgeving leefde en werkte waarin sterk geloofd werd dat het mogelijk is om een menslievender wereld op te bouwen. Dit geloof is niet uitgedoofd, in tegendeel. Ik denk en ik ervaar dat mensen van nature goed zijn en deze goedheid ook willen ontplooien.
We leven in een tijd waarin er sprake is van het tegenovergestelde. In ieder geval lijkt het zo. Het lijkt als of mensen de onzekerheid en de kwetsbaarheid van een menslievend leven niet meer aandurven. De tijd is rijp voor het vijand denken. Menslievendheid (voor alle wezens en de natuur) wordt gezien als zwak, niet meer realistisch. De tijd is rijp voor zogenaamde sterkte leiders en leidsters. Maar ik ervaar ook dat de idealen die mij gevormd hebben niet zijn uitgedoofd. Ze worden echter uit pure angst hiervoor, overschreeuwd. Mensen zoeken hun geluk in materieel bezit en macht. Maar als ik sommige mensen hierop aanspreek, vooral de mensen die hier ook op aangesproken willen worden, dan ervaar ik dat op een min of meer onderliggende laag een grote behoefte is om weer werkelijk contact te maken en liefdevol met anderen en de wereld om te gaan. Maar het is ook zo dat vooral in deze tijd er veel onzekerheid, dreiging en de defensie hiertegen het heel moeilijk is om de angst te overwinnen. En géén zekerheid meer te zoeken in een verharde en gepolariseerde houding.
Ik ben een kind van de “ jaren 60” , vorige eeuw gebleven. En mijn hoop is dat we als een reactie op onze huidige tijdgeest weer terug gaan (hoop, vertrouwen, inzet, begrip van hoe de natuur en wij een éénheid zijn ) naar die tijd.
Soms is het zo dat je terug moet gaan om vooruit te komen.
Krista Jonkers
1959
Ruim vijf jaar geleden ben ik verhuisd naar Portugal en woon en werk ik in het natuurgebied/terrein de Serra da Estrela. Vanuit hier trek ik bijna dagelijks de bergen in en leer ik de Serra goed kennen. Ik werk voornamelijk in de bergen, maar afhankelijk van het project waaraan ik werk, ook in de dorpjes en kleine stadjes aan de periferie van de Serra. Een voorbeeld hiervan is het project “Maria huilt”.
Door naar Portugal te verhuizen heb ik mij losgemaakt van het kunstgebeuren in Nederland, vooral van het ondernemerschap. Ik laat mij niet, meer, beïnvloeden door collega-kunstenaars, galeriehouders of curatoren. Ik richt mij uitsluitend op het maken en ontwikkelen van kunst. Soms noem ik mezelf een ouderwetse oeuvre-kunstenaar. Ik toon mijn werk in mijn eigen galerie en plaats af en toe een foto op Instagram. Als kunstenaar heb ik mij losgemaakt van het zogenaamde kunstleven, maar naast het maken van kunst heb ik vrienden en vriendinnen met wie ik mij vermaak en ontspan.
Vanuit mijn kunstzinnig talent werk ik mee aan de (kleine) onderneming van mijn ouders. Ik begeleid kunstgroepen en individuen die zich kunstzinnig willen ontplooien, en ik ondersteun kunstenaars in hun verdere ontwikkeling. Ook bij deze begeleidingen is het landschap van de Serra da Estrela het uitgangspunt. Daarnaast maak ik, als daar behoefte aan is, wandeltochten met natuurliefhebbers en vogelaars.
Tijdens mijn tochten door de Serra oefen ik mij erin om werkelijk aanwezig te zijn, “hier en nu”. Als ik toch afdwaal in gedachten, begin ik opnieuw met het gebruiken van mijn zintuigen om weer in de werkelijkheid te komen. Gedachten zijn geen werkelijkheden; ik kom dan weer terug in het landschap en in mijn lichaam. Het landschap en mijn lichaam worden één; ze versmelten. Door deze versmelting zie en ervaar ik niet alleen het objectieve landschap, maar ook de aanwezige, niet meer in woorden uit te drukken, spiritualiteit. Ik stijg boven het landschap, het werkelijke, uit. Deze spirituele vaardigheid ontwikkelt zich. De ervaring is niet steeds hetzelfde; weersomstandigheden en licht spelen een grote rol, maar worden ook sterker.
Ik gebruik het woord spiritualiteit en niet het woord religieus. Spiritualiteit verwijst naar een geestelijke ervaring; het woord religiositeit naar een bepaald geloof of godsdienst. Ik ben niet bezig met religiositeit. Mijn ervaringen zijn niet in woorden te vatten (dogma’s). In mijn leefwijze neig ik sterk naar de boeddhistische beoefening (mediteren). Boeddha is ook geen almachtige god; het is een mens die door beoefening de verlichting heeft bereikt.
Op de plaatsen in het landschap die mij sterk aanspreken, maak ik foto’s. Deze foto’s bewerk ik in mijn studio op allerlei manieren. Ik gebruik niet alleen Photoshop, maar combineer verschillende foto’s, maak collages, enzovoorts. Ik zie mezelf zeker niet als een natuurfotograaf; de camera is een hulpmiddel om mijn spirituele ervaring zo goed mogelijk over te brengen. Ik hoop dat ik met mijn kunstwerken ook bij mijn publiek spirituele ervaringen kan bewerkstelligen.
In mijn werk spelen twee aspecten een belangrijke rol. Over spiritualiteit heb ik al het een en ander gezegd. Het tweede aspect is schoonheid. Schoonheid is de drager van de bedoeling die ik wil overbrengen. Als het werk niet esthetisch is, brengt het mijn bedoeling niet over; er ontstaat dan alleen verwarring of zelfs afkeer.
Niet iedereen is intensief bezig met spiritualiteit. Het zal daarom voorkomen dat mijn werk niet of nog niet begrepen wordt. Ik ben niet bezig aan de verwachtingen van mijn publiek te voldoen. Met andere woorden: ik neem de vrijheid om, nog, niet begrepen te worden.