Deel 10 - De vierde edele waarheid.
De vierde edele waarheid geeft de weg aan die maken moet bewandelen om het doel dat in de derde edele waarheid genoemd is, te bereiken.
“ Dit monniken is de edele waarheid van de weg die tot opheffing van het lijden voert, het is dit edele achtvoudige pad, namelijk (1.) de juiste zienswijze; (2.) de juiste gerichtheid; (3.) het juiste spreken; (4.) het juiste handelen; (5.) de juiste wijze van levensonderhoud; (6.) de juiste inspanning; (7.) de juiste aandacht; (8.) de juiste concentratie”.
Hoe worden deze gedragsregels nader omschreven?
Aan de “juiste zienswijze” (sammã ditthi) is het negende sutta van de Majjhina-Nikãya gewijd. Er zijn vele aspecten aan te onderscheiden. De juiste zienswijze bestaat voor het eerst uit onderkennen van wat heilzaam en on-heilzaam is. Immoreel gedrag is on-heilzaam; het zich onthouden ervan is heilzaam. Men moet inzien dat goede en slechte handelingen niet zonder resultaat blijven, maar bepaalde effecten hebben.
Voorts wordt de juiste zienswijze omschreven als het het van de vierde edele waarheden. Het doorzien van geboorte, ouderdom, en dood behoort daartoe. Ook het doorzien van “worden”, van de vier vormen van “toe-eigenen”, de aard en de soorten van “begeerte”, van “gevoelens”, van “zintuiglijke indrukken” en van de “zes zinnensferen” behoort tot de juiste zienswijze, evenals een doorleefd inzicht in “naam-en-vorm, de diverse soorten van bewuste perceptie en de aard van de drijfveren. Tenslotte wordt het aannemen van het bestaan van een hiernamaals tot de juiste zienswijze gerekend.
“ De juiste gerichtheid” bestaat uit het gericht houden van de geest op het uiteindelijke doel van ontwaken. Wanneer iemand zijn gedachten en overwegingen in een bepaalde richting laat gaan, dan zal zijn geest zich in die richting buigen. Als men vaak de gedachte aan verzaking van wereldse genoegens koestert, dan cultiveert men een geesteshouding van onthechting. Als men gedachten vrij van boosheid en gewelddadigheid koestert, dan cultiveert men een geesteshouding die zachtmoedig en geweldloos is. Zo treedt geleidelijk een verandering op in mentaliteit en gedrag, die de mens nader tot ontwaken (bodhi9 brengt.
Het “ juiste spreken” betekent niet liegen, niet schelden, niet roddelen, niet zinloos babbelen, maar over de Leer spreken en geen tweedracht zaaien en juist mensen die met elkaar in conflict zijn, verzoenen.
Het “ juiste handelen” betekent niet doden, niet nemen wat niet gegeven is, zichzelf niet verdoven met bedwelmende middelen en zich op seksueel gebied niet misdragen.
De “juiste wijze van levensonderhoud” betekent dat men geen beroepen uitoefent waar mee andere levende wezens schade wordt berokkend, zoals wapenhandel, handel in vlees, handel in dieren en mensen, verdovende middelen en vergiften. Een monnik mag geen enkel beroep uitoefenen. Hij moet zich onthouden van oplichting, mooipraterij voor winst en eer, waarzeggerij, afpersing en het nastreven van steeds meer winst.
De “juiste inspanning” is: het voorkomen van het opkomen van slechte, on-heilzame gedachten; het laten opkomen van heilzame gedachten; het laten voortbestaan en cultiveren van al opgekomen heilzame gedachten. Men moet zich inspannen en de juiste voornemens of intenties te cultiveren en de verkeerde voornemens op te geven. Wat zijn juiste intenties? Dit zijn de intentie tot verzaking van genoegens, de intentie tot het opgeven van boosheid, de intentie tot geweldloosheid.
De “juiste aandacht” betekent zich helder bewust zijn van de staat waarin het lichaam verkeert, van de gevoelens die men koestert, van de geestestoestand die men op een bepaald moment heeft (bijvoorbeeld vervult zijn van haat of verstrooid zijn) en van de mentale factoren die op dit moment een rol spelen (bijvoorbeeld zich bewust zijn van geestelijke sloomheid en traagheid.
De “juiste concentratie” bestaat uit het beoefenen van de vier meditatiestadia (jhana), zoals beschreven het proces van ontwaken van Gautema. De vierde jhana is een voorwaarde voor het ontstaan van bevrijdend inzicht en transformatie van de persoonlijkheid, die bestaat uit de vernietiging van begeerte, haat en verwarring, en de vernietiging van de mentale vergiften.
De acht stappen van het pad worden soms gegroepeerd in drie geleidingen. Het juiste spreken (3.), het juiste handelen (4.) en de juiste wijze van levensonderhoud (5) worden tot de geleiding van moraliteit (sila) gerekend. De juiste inspanning (6.), de juiste aandacht (7.) en de juiste concentratie (8.) worden tot de geleiding van concentratie (samãdhi) gerekend. De juiste zienswijze (1.) en de juiste gerichtheid (2.) worden tot de geleiding van inzicht (pañña) gerekend.
Wanneer men de vier edele waarheden grondig begrepen heeft, dan maakt men al in dit leven (ditthe va dhamme) een einde aan het lijden. Dit is de verlossingsleer die besloten ligt in de Dharma.