Vorm is leegte en leegte is vol vorm.
De laatste jaren, heb ik gezondheidsproblemen. Zowel ernstige als minder ernstig. Zeker nu ik ernstig ziek ben, merk ik hoe diep mijn godsdienstige opvoeding ingeslepen is. Vooral in de nachtelijke uren, als de angst me overvalt, komen mijn kinderlijke beelden en gedachten naar boven. Beelden en gedachten die voortkomen uit goed en slecht handelen. Hemel en hel dringen zich dan in al hun grootsheid aan mij op.
Ik kan dit gelukkig allemaal relativeren en weet dat je eigenlijk nooit van een kinderlijk geloof los komt.
Ik heb in mijn leven een hele geestelijke ontwikkeling doorgemaakt en zo ongeveer rond mijn 55 ste levensjaar ben ik een overtuigd boeddhistisch beoefenaar. Ik begrijp en weet dat ik niet afhankelijk ben van de genade van God. Ik weet dat ik geheel zelfverantwoordelijk ben voor mijn leven en mijn leven hierna. Ik ben niet afhankelijk van een Schepper God. Maar verantwoordelijk voor mijn eigen handelen en niet-handelen.
Ik heb het 8-voudige boeddhistische pad als richtlijn, mediteer om mijn gedachten onder controle te krijgen en een juiste kijk op mijn leven. Hoe ouder ik wordt (al 80) hoe groter mijn mededogen voor mijn naasten en de mensen die ik ontmoet is geworden. Met veel liefde werk ik in mijn groentetuin.
Steeds meer en beter zie en voel ik dat mijn zogenaamde zelf en het daarmee samenhangende egoïsme eigenlijk niet bestaan.
Vorm is leegte en leegte is vol vorm.
Het boeddhistische levenspad geeft mij veel zekerheid, maar vooral liefde.
Als mijn kindergeloof zich aan mij opdringt wordt ik bang. Vooral het begrip over zonde beklemt mij. Volgens Gods woord zijn we in zonde geboren en dragen we zelf de zonde van onze voorvaderen in ons mee.(erfzonde). Vroeger toen ik een tijd lang kankerpatiënten (of mensen met een levensbedreigende kanker) begeleidde, heb ik vaak gezien hoie deze mensen hieronder lijden. Hoe moeilijk het is om rust aan te brengen en deze inprenting in een ander daglicht te plaatsen. Ook heb ik meegemaakt dat de dominee, waar ik als tiener nog naar de kerk ging, op zijn sterfbed mij vroeg of ik hem op dezelfde wijze kon troosten en rust kon geven. We hadden in die tijd gezamenlijke patiënten. Maar het zonde besef heb ik nooit echt kunnen wegnemen. En deze mensen zijn ondanks de rust en de troost die ik ze gaf gestorven met veel angst.
Vooral deze ervaringen hebben mij geleerd dat deze Godsdienst, ondanks de vele goede en juiste aspecten, niet de juiste is. We zijn als mens verantwoordelijk voor onze eigen leven. We zijn in staat om op en door eigen kracht op de juiste manier te leven zonder de vloek van zondebesef.