Perma cultuur.

De tuinman (Bert) aan het werk.

Toen we besloten om onze tuin in te richten, zowel het grote terrein als de groente tuin, hebben we besloten dit te doen volgens de principes van Perma cultuur.

Dit houdt o.a. in dat we geen organisch materiaal verloren laten gaan. Alles wat we maaien, snoeien en de restanten van de groentes die we oogsten brengen we terug in de bodem van onze tuin. Ook toen ons erf afgebrand is hebben we van alle verbrande bomen en takken wallen gemaakt. We hebben de houtwallen bedekt met aarde, zodat er langs de wallen een verdieping is ontstaan, waar het toestromende water zich kan verzamelen en geabsorbeerd worden door het hout in de wallen. Langs de wallen hebben we struiken en bomen geplant, die het erg goed doen door de compost en het vocht in de wallen. Sommige houtwallen hebben we juist niet bedekt met aarde, zodat ze dienen als een schuilplaats voor de dieren die op ons terrein leven.

Deze houtwallen zijn eenmalig aangelegd. Maar ieder jaar hebben we maai en tuinafval, bladeren van bomen, met name de vijgenbomen, van dit materiaal maken we compost. Ik doe dit in twee rondes. Een jaar lang verzamel ik alle materialen en het volgende jaar laat ik dit een jaar “narijpen”. Op deze manier krijg ik hele rijke compost vol met allerlei beestjes en wormen. Het snoeihout wordt versnipperd en dient als bodembedekker.

Door dit te doen hebben we het erf, met name de grond van ons erf, de afgelopen jaren zien veranderen. Niet alleen de struiken en bomen hebben zich heel goed ontwikkeld, maar vooral de bodem/grond is tot leven gekomen. Wat eerst droge geërodeerde, “grindaarde” was, wordt steeds meer een vruchtbare grond waarop oorspronkelijke bloemen en grassen, soms zelfs zeldzame (voor het gebied hier) weer tot bloei komen. Iedere herfst zien we meer paddenstoelen en zwammen verschijnen. De oogsten in de groentetuin worden steeds rijker. We kunnen er nu gemakkelijk het hele jaar door van leven.

We leren ook steeds beter waar we rijkelijk compost moeten toevoegen en plekken waar juist wat minder of geen compost moet. Ook leren we wat we hier in de vrieswinter, niet alleen boerenkool en spruiten laten groeien, maar ook tuinbonen en peulen. Ondanks dat we veel noten, fruit, kastanjes, olijven, oogsten, zijn met name de appelbomen nog niet gezond. Veel van deze bomen zijn geïnfecteerd. We proberen dit door middel van natuurlijke middelen, zoals natuurlijk compost te voorkomen. Helaas groeien hier geen brandnetels waar ik extra mee kan voeden en een goed spuitmiddel van kan maken.

We zijn heel dankbaar dat het ons lukt om het kleine stukje aarde waarop we leven weer gezond en oorspronkelijk te maken. We worden hier rijkelijk voor beloond.

Foto: geel klein; Petrosedum Forsterianum.

Foto paars: Leopodia Comosa Asparagaceae (kuifhiacint).

Volgende
Volgende

Depressie