De waarde van kleine rituelen in het dagelijks leven.
Vroeger hadden we de vaste gewoonte om op zondag een lange wandeling te maken, met aan het eind een heerlijk kopje koffie met appeltaart in hetzelfde café. Ook de wandeling was steeds dezelfde. We leerden deze route kennen alsof het onze broekzak was. Als we een enkele keer een stukje moesten omlopen omdat het zandpad verspert was, ervoeren we dit als iets heel raars. Alsof we ontrouw waren aan de route en onszelf. We waren ontrouw aan de bomen, de begroeiing in de berm. We gingen altijd ook als het regende, stormde of sneeuwde. Door deze rituele wandeling te maken, leerden we niet alleen de natuur buiten ons, maar ook de natuur in onszelf. Het was alsof deze zich projecteerde op de omstandigheden buiten ons.
In de loop van de jaren was Egbert de kinderwagen en het wandelwagentje natuurlijk ontgroeit. Hij liep op eigen benen. Hij was verbaast en verwonderd over hoe de natuur steeds weer veranderde. Bloemen die waren gaan bloeien, bomen die in de herfst hun blad verloren. Trekvogels in het najaar in grote zwermen overvlogen op weg naar warmere oorden. Het allermooiste waren de grote plassen op de zandpaden waar hij, met zijn laarzen aan, doorheen kon spetteren.
Naast dit grote ritueel hadden we ook een klein ritueel ingevoerd. Een klein ritueel met een grote betekenis. Op een paar afgezaagde boomstronken offerden we alle drie, om de beurt, iets moois wat we tijdens het wandelen gevonden hadden. We offerden dit moois, omdat we ons beseften dat de natuur niet ons bezit is, maar dat we hier een éénheid mee vormen. Dit offer gaf ons een dankbaar gevoel. Door deze rituelen transformeerden we onszelf van het kleine menselijke naar de grootsheid van de natuur en de wereld om ons heen.